Beleid doorstroming havo 5 naar vwo 5
Een leerling kan doorstromen van havo naar vwo als een positief advies geformuleerd is.
Bij een negatief advies is doorstroming op het Willem van Oranje College niet mogelijk.

Het advies wordt gebaseerd op de volgende punten:
1. Cijfergemiddelde in leerjaar 5
2. Cijfergemiddelde overgangsrapport 4havo
3. Motivatie
4. Advies vakdocenten vak- en persoonsgerichte inschatting
5. Aansluiting vakkenpakket op gekozen profiel
Voor doorstroming is het noodzakelijk dat op 4 of meer van bovenstaande punten een positief resultaat gescoord wordt.

1.1 Cijfergemiddelde in leerjaar 5
Het hanteren bij de doorstroom van de eindexamencijfers is niet haalbaar en wenselijk. De cijfers komen te laat beschikbaar, waardoor de prognose in het gedrang komt en een afgewezen leerling kan dan met de keuze van een geschikte vervolgopleiding in het gedrang komen. In plaats van de eindexamencijfers wordt het voortschrijdend gemiddelde gebruikt van de leerling na het 2e schoolexamen in januari.

Er worden in de procedure 3 criteria gehanteerd:
1. De leerling die op dat moment een 6,8 of hoger gemiddeld staat krijgt op cijfergemiddelde automatisch een positief advies. Alleen op grond van gebleken gedragsproblemen in LVS kan de schoolleiding hiervan afwijken.
2. De leerlingen die een gemiddeld cijfer halen tussen 6,4 en 6,8 moeten positief scoren op hun aansluitingspakket en op hun cijfergemiddelde in 4havo. Is dit niet het geval, dan wordt de leerling afgewezen.
3. Bij een gemiddelde lager dan 6,4 wordt de leerling afgewezen, onafhankelijk van de andere adviezen.

1.2 Cijfergemiddelde overgangsrapport 4havo
Voor een positieve score is een cijfergemiddelde van 7,0 of hoger noodzakelijk. Meegenomen worden de cijfers van het gekozen profiel. Daarbij dienen de leerlingen een voldoende te hebben voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.

1.3 Motivatie
Een leerling die door wil stromen schrijft een motivatie. Deze motivatie wordt toegelicht tijdens een intakegesprek met de decaan. De decaan beoordeelt of de vwo-opleiding bij het toekomstperspectief van de leerling past. Doorstroomrelevantie en persoonsontwikkeling spelen daarbij een belangrijke rol.

1.4 Advies vakdocenten vak- en persoonsgerichte inschatting
Alle examinatoren geven een doorstroomadvies. Daarbij wordt ingeschat of het vak op de VWO door de leerling succesvol kan worden gevolgd. Het advies is gebaseerd op capaciteiten, leerstijl, motivatie voor het vak, werkhouding en doorzettingsvermogen. Een positieve score wordt gegeven als minimaal 4 vakdocenten een positief advies geven.

1.5 Aansluiting vakkenpakket op gekozen profiel
Leerlingen die van havo naar vwo door willen stromen zullen niet in alle vakken examen gedaan hebben. Het examen op de havo omvat 7 vakken en op het vwo 8 vakken. Een positieve score wordt gegeven als maximaal 1 vak op havo  niet gevolgd is, én waarvoor een aansluitingspakket noodzakelijk is.

Doorstromen vanuit een andere school
Voor leerlingen die vanuit een andere school doorstromen geldt dezelfde procedure. De decaan neemt voor de diverse onderdelen contact op met de toeleverende school. Als de toeleverende school geen medewerking verleent, kan besloten worden om de leerling niet te plaatsen.

Begeleiding leerlingen die doorstromen
Leerlingen die doorstromen van havo naar vwo hebben in de overgangsperiode extra begeleiding noodzakelijk.

Deze begeleiding bestaat uit:
1. Het volgen van een aansluitingsprogramma, in principe gelijk na het centraal examen.
2. Evaluatiegesprekken met de mentor
3. Per vak geformuleerd ondersteuningsprogramma dat begeleid wordt door de vakdocent.

Aansluitingsprogramma
Bij doorstroming is het noodzakelijk dat een aansluitingsprogramma gevolgd wordt voor vakken waarin geen examen is gedaan. Voor ieder vak is geformuleerd wat het aansluitingsprogramma is. Een aansluitingsprogramma kan ook noodzakelijk zijn als het vak gevolgd is, maar de verschillen met de leerlingen uit de vwo-stroom te groot zijn.

Het aansluitingsprogramma wordt zelfstandig door de leerlingen in de periode tussen havo 5 en vwo 5 doorgenomen. Direct na de zomervakantie worden de vorderingen getoetst. De wijze van toetsing wordt geformuleerd bij uitreiken van het aansluitingsprogramma. Mogelijke vormen zijn: schriftelijke toetsing/mondelinge toetsing/beoordeling van gemaakte opdrachten. Ook kan het zijn dat een deel van het aansluitingsprogramma voor de zomervakantie al afgerond moet zijn

Wanneer het aansluitingsprogramma niet met een voldoende wordt beoordeeld moet de leerlingen tijdens de eerste week van het cursusjaar herstellen en kan een studieplicht op school worden gegeven voor een bepaalde tijd.

Evaluatiegesprekken met de mentor
Tijdens het eerste halve jaar vinden twee evaluatiegesprekken met de mentor plaats. Tijdens dit gesprek wordt besproken: resultaten/aansluitingsproblemen/leerstijlen/persoonlijke zaken.